» Wieke
Wieke

Van Oordt in 10 vragen

  1. 1. Lievelingsdier?
    Lekker belangrijke vraag om mee te beginnen, zeg. Zit je in groep 5 of 6 en is het voor je boekbespreking? Oké dan: hond. Ik kreeg een hond toen ik zeven jaar was. Hij heette Tar en was eh, niet echt slim. Hij is 17 jaar geworden. Dat is oud hoor, in hondenjaren. Verder vind ik koeien leuk. En uilen.
  1. Waar woonde je als kind?
    In Abcoude. Dat is een dorpje vlakbij Amsterdam.
  1. Las je veel als kind?
    Super veel. Ik was lid van 4 bibliotheken. En als mijn boeken uit waren, las ik die van mijn moeder. Maar daar snapte ik dan vaak geen jota van.
  1. Was je een nerd of zo?
    Nee! Ik las gewoon veel, kan toch wel. Mijn ouders lazen ook veel, vooral mijn moeder. Ik heb jarenlang gedacht dat het gezicht van mijn moeder een boek was. Als ik thuis kwam van school, zat mijn moeder op de bank, boek voor d’r hoofd. Ik vind nerds leuk trouwens.
  1. Lievelingsboek?
    ‘Kruistocht in spijkerbroek’. Dat kocht ik toen ik 10 jaar was. Had ik weken en weken zakgeld voor gespaard. De mevrouw van de boekwinkel had er opeens een hoop dubbeltjes bij toen ik mijn spaarpot ondersteboven hield op de toonbank.
  1. Leuke schooltijd gehad?
    Mwah. Ik voerde niet veel uit. Het is een wonder dat ik mijn Atheneumdiploma heb gehaald.
  1. Wat heb je gestudeerd?
    Nederlands. Vond ik op school een stom vak, maar ja, lezen vond ik wél leuk.
  1. Eerste baantje?
    Assistent redacteur in Chicago bij ‘The Chicago Consumer’. Daar heb ik redigeren geleerd. Mijn baas streepte bijna alles door. ‘Overbodig’, zei hij. ‘Weg d’r mee. Zeg gewoon wat je wil vertellen.’ Heerlijke man.
  1. Tweede baantje?
    Redacteur op de afdeling interne communicatie bij een grote bank. Heb ik heel lang gewerkt. Was superleuk. Ontzettend leuk. Had ik al gezegd dat het heel leuk was? Maar toen kreeg mijn vriend een baan in Jakarta. Ik nam ontslag, we pakten onze twee zonen op en vertrokken. We hebben toen zo’n 8 jaar in het buitenland gewoond. Eerst Jakarta, daarna Singapore en toen in Engeland, vlak onder Londen. Nu wonen we weer in Nederland.
  1. Maar wanneer ben je dan gaan schrijven?
    In Jakarta kwam ik iemand tegen. ‘Wat doe jij?’ vroeg ik. ‘Ik schrijf kinderboeken’, zei ze. Het leek me helemaal het einde. Ik ben gaan zitten en schreef een verhaal. Het duurde meer dan een jaar voor ik het durfde op te sturen naar uitgeverij Leopold in Amsterdam. Ze nodigden me uit. ‘We gaan het verhaal uitgeven’, zeiden ze. ‘Maar kan je het nog wel even herschrijven?’ Het werd ‘Het geheim van de ruilkinderen’. Daarna ben ik niet meer gestopt met schrijven.
  1. Lievelingseten?
    Hallo. We deden toch maar tien vragen?
  1. Ach joh, daar let toch niemand op. Lievelingseten dus?
    Heb jij enig idee hoe vaak deze website wordt gelezen! Hónderden… tientallen, ehm, nou, de zus van mijn buurvrouw kijkt hier wekelijks. Denk ik.
  1. Boeie. Lievelingseten!
    Goed dan. Ik eet alles. En daar heel veel van. Maar die vraag krijg ik nooit van mijn lezers, hoor. Weet je wat ze bijvoorbeeld wel willen weten?
  1. Wacht even. Ga jij nou in je eigen interview een vraag stellen?
    Kan best. Ik lees wel raardere dingen op het internet. Maar moet je horen: de meest gestelde vraag is ‘hoe oud ben je?’ Leuk hè. Behalve dan dat ik dus steeds moet vertellen hoe oud ik ben. Goed. Zeg, we zijn wel klaar met deze vragenlijst, vind je niet? Ik ga weer schrijven. Maar eerst even een snackje halen.